Niet geintegreerde reflexen

Wanneer er ergens in de ontwikkeling van het kind iets mis gaat, denk aan bijvoorbeeld: ziekte, stress of een (geboorte)trauma, zal dit gevolgen hebben voor hoe het brein omgaat met de reflexen. Door de stress zal het brein in de alarmstand gaan staan, bezig met de taak: wat gaat er mis?  Hoe kan ik overleven? De reflexen blijven min of meer actief, omdat als gevolg van de alarmstand de 'deuren' naar de hogere hersendelen gesloten zijn. Dat zijn de delen van het brein waar functies als bewust bewegen, sturing, beredeneren, denken en logica zitten, Reflexen kunnen niet geintegreerd worden en gaan bezig met hun oertaak: het lijf en brein ondersteunen in hun overlevingsstrategie.

Terwijl de ontwikkeling van het kind doorgaat, zal het lichaam een manier zoeken om dit te compenseren. Vaak zijn de reflexen dus niet meer als zodanig te herkennen, ondertussen verstoren ze het normale functioneren wel degelijk. Een reflex heeft namelijk altijd voorrang, waar je ook mee bezig bent. Dit kost het kind bakken vol met energie en verstoort de werking van het immuunsysteem. Of het kind hier last van krijgt en welke problemen het zal ondervinden heeft te maken met verschillende factoren als bijvoorbeeld aanleg, persoonlijkheidskenmerken, omgevingsfactoren, voeding of medicijngebruik.

 

Kenmerken van niet geïntegreerde reflexen

Bewegen algemeen

  • Niet/nauwelijks gekropen als baby
  • Houterige motoriek, veel struikelen
  • Tenen lopen
  • Onhandig, ergens tegenaan stoten, dingen laten vallen.
  • Verkrampte fijne motoriek
  • Niet stil kunnen zitten
  • Hyperactief of oververmoeid gedrag
  • Ongecoördineerde bewegingen
  • Tong- en mondbewegingen tijdens bezigheden met de handen
  • Hoofd draait mee tijdens het lezen.

Oogbewegingen

  • Geen totaalbeeld, te veel focus op details.
  • Trillende oogleden, heen-en-weer schietende ogen.
  • Kan niet goed focussen, richt de ogen verkeerd (oogsamenwerkingsproblemen)

Kan niet of moeilijk

  • Zwemmen
  • Ballen vangen/- laten stuiteren
  • Fietsen
  • Huppelen
  • Gedifferentieerde (verschillende) bewegingen (achter elkaar) doen
  • Touwtjespringen, evenwichtsspelletjes
  • Meerdere dingen tegelijk doen
  • Is gauw afgeleid
  • Overgevoelig voor geluiden, lichtprikkels

Houding

  • Spiertonus te laag (slap) of te hoog (verkrampt)
  • Benen achter stoelpoot gehaakt tijdens schrijven of lezen
  • Op een of beide benen zitten
  • Hoofd in handen steunen of hoofd wordt tijdens schrijven ondersteund met niet schrijvende hand
  • Aan tafel: ingezakte borst, scoliose, opgetrokken schouder(s), op één of twee knieën zitten
  • Kind hangt vaak in de stoel; hoofd achterover en benen uitgestrekt

Fysiek

  • Buikpijn
  • Hoofdpijn                                                                                                                       
  • Misselijk (wagenziekte)                                                                                                            
  • Slecht slapen                                                                                                                        
  • Hangerig                                                                                                                                           
  • Moe

Sociaal-emotioneel

  • Prikkelbaar                                                                                                                                   
  • Druk, geagiteerd of juist heel stil                                                                                  
  • Paniek, angst
  • Plagen/Pesten
  • Gepest worden
  • Moeite met veranderingen
  • Angst voor nieuwe dingen
  • Kent eigen kracht niet: knijpt in staart kat/hond
  • Zit aan andere kinderen

 

Vaardigheden
– Automatiseringsprocessen (op verschillende gebieden!) verlopen moeizaam of blijven achterwege
– Overmatig morsen tijdens het eten
– Moeite met gebruik van bestek
– Moeite met aankleden (systeem aanbrengen)
 

Schrijven
– Problemen met fijne motoriek
– Slecht leesbaar handschrift
– Handschrift buigt naar boven of beneden toe af
– Hoofd wordt ondersteund met niet-schrijvende hand
– Hoofd ligt bijna op de tafel bij het schrijven
– Moeite met op de lijn (tussen lijntjes) schrijven
– Moeite met overschrijven van het bord (tempo ligt erg laag)
– Verkrampte/slechte pengreep

 

Lezen
– Men houdt de vinger(of lineaal) bij de regel
– Zonder bijwijzen kan de persoon niet bij de goede regel blijven
– Lezen gaat erg langzaam